# TIA

> Werkdiagnose TIA, onderscheid van nabootsende aandoeningen, acute trombocytenaggregatieremming en duale therapie, en verwijzing naar de neuroloog volgens NHG-Standaard Beroerte (M103).

<warning>

Medische samenvatting van de [NHG-Standaard Beroerte](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/beroerte) (M103). Voor de
herkenning en triage in de acute fase: zie
[Beroerte: acute fase](/aandoeningen/tia-herseninfarct/beroerte-acute-fase).

</warning>

## Kernpunten

- Stel de **werkdiagnose TIA** bij een patiënt bij wie de focale
uitvalsverschijnselen bij presentatie volledig verdwenen zijn. De neuroloog
stelt de definitieve diagnose (geen verse infarcering bij beeldvorming).
- Start acetylsalicylzuur `1 dd 160 mg`, tenzij de neuroloog de patiënt direct
beoordeelt.
- Verwijs naar de neuroloog voor beoordeling, bij voorkeur *binnen 24 uur*.
- De kans op een herseninfarct na een TIA is het grootst in de eerste dagen;
snelle start van secundaire preventie verlaagt dat risico.
- Een doorgemaakte TIA geldt als een sterk verhoogd risico op hart- en
vaatziekten: inventariseer en optimaliseer de risicofactoren.
- Therapeutisch doel:

  - een recidief-TIA en een (eerste) herseninfarct voorkomen door snelle start
  van secundaire preventie en tijdige beoordeling door de neuroloog.
  - de onderliggende oorzaak (bv. atriumfibrilleren, carotisstenose)<br />
  
  
  laten opsporen en behandelen.

## Klinisch beeld

Per definitie zijn de uitvalsverschijnselen voorbij. De anamnese is daarom
bepalend. Typisch voor een TIA is dat de uitval acuut, gelijktijdig en zonder
voortekenen begon en te verklaren is vanuit één cerebraal stroomgebied.

**Kenmerken die een beroerte waarschijnlijker maken:**

- acuut en zonder voortekenen begonnen; alle verschijnselen tegelijk ontstaan
- te verklaren vanuit het stroomgebied van de carotiden of vertebrobasilair
- visusdaling in één oog alsof een donker gordijn naar beneden zakt (amaurosis
fugax)
- patiëntgebonden:

  - leeftijd `> 65 jaar`
  - een of meer risicofactoren voor hart- en vaatziekten
  - beroerte in de voorgeschiedenis
  - atriumfibrilleren of gebruik van antistolling

**Kenmerken die een beroerte minder waarschijnlijk maken:**

- gepaard met of voorafgegaan door trekkingen
- positieve symptomen: fotopsie, kleuren zien, paresthesieën
- een 'mars' van symptomen verspreid over verschillende lichaamsdelen
- geïsoleerde draaiduizeligheid, verwardheid of amnesie
- passagère uitval gevolgd door hoofdpijn

## Diagnostiek

Bij ongeveer *40%* van de patiënten die met een vermoeden van een TIA worden
verwezen, blijkt uiteindelijk een andere diagnose. Houd bij twijfel rekening
met nabootsende aandoeningen:

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nabootsende aandoening
    </th>
    
    <th>
      Onderscheidend kenmerk
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Migraine met aura
    </td>
    
    <td>
      geleidelijke opbouw (<code>
        5-20 min
      </code>
      
      ), positieve symptomen, vaak hoofdpijn
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Epileptisch insult
    </td>
    
    <td>
      trekkingen, postictale parese (toddparese), bewustzijnsdaling
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Transient global amnesia
    </td>
    
    <td>
      acuut totaal geheugenverlies, helder bewustzijn, herstelt <code>
        < 24 uur
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Perifeer vestibulair syndroom
    </td>
    
    <td>
      draaiduizeligheid met nystagmus, zonder andere uitval
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Syncope
    </td>
    
    <td>
      licht gevoel in het hoofd gevolgd door kortdurend bewustzijnsverlies
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

De **ABCD²-score** en het predictiemodel **EDCT** worden voor de huisarts
**niet** aanbevolen om de diagnose te stellen of het beleid te bepalen.

</note>

## Behandeling

- Start acetylsalicylzuur `1 dd 160 mg` (in water oplosbaar), tenzij de
neuroloog de patiënt direct beoordeelt. Continueer dit tot de neuroloog
beoordeelt.

  - contra-indicaties: actief peptisch ulcus, actieve maag-darmbloeding,
  overgevoeligheid voor salicylaten.
- De neuroloog kan in plaats daarvan adviseren te starten met clopidogrel
(eenmalig `300 mg`, daarna `1 dd 75 mg`); acetylsalicylzuur heeft voor de
huisarts echter de voorkeur.
- Duale therapie:

  - bij een minor stroke of hoogrisico-TIA kan de neuroloog kiezen voor
  clopidogrel `1 dd 75 mg` + acetylsalicylzuur gedurende `≤ 21 dagen`.
  - alleen zinvol als dit `< 24 uur` na de uitvalsverschijnselen wordt gestart.
- Start **geen** orale anticoagulantia bij verdenking op atriumfibrilleren of
een andere cardiale emboliebron: eerst moet een intracerebrale bloeding
worden uitgesloten.
- Continueer bestaande trombocytenaggregatieremmers of orale anticoagulantia
in ongewijzigde dosering.

## Verwijzen of consulteren

- Overleg direct met de neuroloog over de gewenste termijn van beoordeling, bij
voorkeur *binnen 24 uur*.
- Bij recidiverende TIA's (`> 2 in 1 week`) bestaat een indicatie voor
spoedinterventie (`< 72 uur`); overleg met de neuroloog.
- Bij een patiënt met een reeds onderzochte recidief-TIA: overleg met de
neuroloog over de noodzaak tot herbeoordeling.

## Na een TIA

- Een doorgemaakte TIA wordt beschouwd als een patiënt met een zeer hoog risico
op hart- en vaatziekten; zie
[Nazorg & secundaire preventie](/aandoeningen/tia-herseninfarct/nazorg-secundaire-preventie).
- Wees ook na een TIA of minor stroke alert op neuropsychologische gevolgen
zoals vermoeidheid, cognitieve stoornissen, angst en depressie.
- Blijft de diagnose TIA onzeker, ook na aanvullend onderzoek: blijf alert op
een alternatieve oorzaak (bv. migraine) en overleg zo nodig met de neuroloog.

<bronnen>

## Bron

- [NHG-Standaard Beroerte (M103)](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/beroerte), versie 3.1, december 2024.
- [Thuisarts.nl: ik heb een TIA gehad](https://www.thuisarts.nl/tia) voor patiëntinformatie.

</bronnen>
