# Casus 2: DM2 en angina pectoris

> Voorbereidingscasus over een hoogrisicopatiënt met DM2 en angina pectoris.

> Relevante naslag: [Diabetes mellitus type 2](/aandoeningen/dm2/dm2)

## Casus

<case-patient>
<template v-slot:algemeen="">
<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      
    </th>
    
    <th>
      
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        naam
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Mw. Desi Awadh
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        leeftijd
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      <code>
        53 jaar
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        geslacht
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      vrouw
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        burgerlijke staat
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      getrouwd
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        kinderen
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      <code>
        4
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        beroep
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      content creator
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        intoxicaties
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      -
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        allergie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      -
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        zwangerschap/lactatie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      -
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        overige
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      -
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        positie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      huisarts
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>
</template>

<template v-slot:voorgeschiedenis="">

- `2 jaar` geleden: angina pectoris
- `3 maanden` geleden: diabetes mellitus type 2

</template>

<template v-slot:medicatie="">

- Acetylsalicylzuur tablet `80 mg` `1 dd`- Isosorbidedinitraat sublinguale tablet `5 mg` `z.n.` bij pijn op de borst- Atorvastatine tablet `40 mg` `1 dd`

</template>
</case-patient>

## Essentie huidige bevindingen

- Mevrouw is langere tijd bekend met angina pectoris.
- Recent is bij haar de diagnose diabetes mellitus gesteld; ze zegt alle leefstijladviezen opgevolgd te hebben, toch blijft het `HbA1c` te hoog.
- Ze heeft veel gehoord over intermitterend vasten en vraagt zich af of dit een goed dieet is voor haar.
- Vandaag komt mevrouw om te bespreken wat het beleid gaat worden.

## Lichamelijk en aanvullend onderzoek

- `BMI 29`, `RR 135/82 mmHg`
- Bloedglucose nuchter `9 mmol/L` (capillair; nuchter `< 6,1 mmol/L`)
- `HbA1c 70 mmol/mol` (streef `< 53 mmol/mol`)
- `eGFR > 90 ml/min/1,73 m²`, `ACR < 3 mg/mmol`
- Alleen afwijkende bevindingen zijn genoemd; overige bevindingen mogen als normaal worden beschouwd.

## Werkdiagnose

- Diabetes mellitus type 2, onvoldoende reagerend op leefstijladviezen.

## Samenvatting

- Mw. Awadh (`53`), DM2 sinds `3 maanden`, leefstijladviezen opgevolgd maar `HbA1c 70 mmol/mol`:br
blijft ruim boven streefwaarde (`< 53 mmol/mol`); nuchtere glucose `9 mmol/L`.
- Voorgeschiedenis: angina pectoris (`2 jaar`) = doorgemaakte hart- en vaatziekte → **zeer hoog**<br />

**cardiovasculair risico**.
- Niet kwetsbaar, ruime levensverwachting, `eGFR > 90 ml/min/1,73 m²`, `ACR < 3 mg/mmol`: <br />


voldoet aan de randvoorwaarden voor het intensieve stappenplan.
- `BMI 29`, `RR 135/82 mmHg`. Geen intoxicaties, geen allergieën, geen zwangerschap/lactatie.
- Medicatie: acetylsalicylzuur `80 mg 1 dd`, isosorbidedinitraat `5 mg z.n.`, atorvastatine `40 mg 1 dd`.
- Vraag patiënt over intermitterend vasten.
- Therapeutisch doel:

  - voorkomen of vertragen van micro- en macrovasculaire complicaties, m.n. progressie van de <br />
  
  
  bekende hart- en vaatziekte.
  - `HbA1c` richting de individuele streefwaarde (`< 53 mmol/mol`) zonder hypoglykemieën en zonder <br />
  
  
  onaanvaardbare bijwerkingen.
  - behoud van kwaliteit van leven; leefstijl als fundament.

## Mogelijkheden

Richtlijn: [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2).

### Niet-medicamenteus

- Continueer en bekrachtig leefstijl: niet-roken, voldoende bewegen, gewichtsreductie bij `BMI 29`, <br />


gezonde voeding. Dit blijft het hele beloop de basis.
- Bespreek intermitterend vasten: er is geen bewijs dat het bij DM2 superieur is aan een algemeen <br />


gezond, energiebeperkt voedingspatroon. Bij een vrouw met cardiovasculaire comorbiditeit zonder <br />


bloedglucoseverlagende medicatie met hypo-risico is het op zich niet gevaarlijk, maar het <br />


verandert het beleid niet; verwijs zo nodig naar de diëtist.
- Optimaliseer de overige cardiovasculaire risicofactoren (zie [CVRM](/aandoeningen/cvrm/cvrm)); <br />


atorvastatine en acetylsalicylzuur lopen al.

### Medicamenteus

Omdat leefstijl onvoldoende is om de streefwaarde te halen, is bloedglucoseverlagende medicatie <br />


geïndiceerd. Bij **zeer hoog risico** geldt het intensieve stappenplan:

1. Start een `SGLT2`-remmer (bij contra-indicatie, bv. `eGFR < 15`: `GLP1`-agonist).
2. Voeg metformine toe.
3. Voeg een `GLP1`-agonist toe.
4. Voeg een middel uit het stappenplan zonder zeer hoog risico toe.

## Argumentatie

### Effectiviteit

- De `HbA1c`-afstand tot de streefwaarde is `70 − 53 = 17 mmol/mol`; één middel volstaat niet altijd, <br />


maar bij zeer hoog risico bepaalt niet de afstand maar het cardiovasculaire profiel de eerste keus.
- Een `SGLT2`-remmer geeft monotherapie een `HbA1c`-daling van `7-9 mmol/mol` en, los daarvan, <br />


bewezen reductie van cardiovasculaire en renale uitkomsten bij patiënten met doorgemaakte HVZ.
- Metformine (`HbA1c`-daling ~`13 mmol/mol`) is de logische tweede stap; samen brengen ze het <br />

`HbA1c` waarschijnlijk binnen of dicht bij de streefwaarde.

### Veiligheid, contra-indicaties en interacties

- **SGLT2****-remmer**: geen intrinsiek hypoglykemie-risico als monotherapie; lage bijwerkingenlast. <br />


Let op genitale mycose en (euglykemische) ketoacidose; terughoudend bij voetulcus en ondervoeding <br />


(hier niet aanwezig). `eGFR > 90` ruim boven de start-`eGFR` van `≥ 15 ml/min/1,73 m²`.
- **Acetylsalicylzuur + atorvastatine**: geen relevante interactie met een `SGLT2`-remmer.
- **Ziektedag-regel**: instrueer de patiënt de `SGLT2`-remmer (en, na toevoegen, metformine) <br />


tijdelijk te **staken** bij koorts, braken, diarree of dehydratie (risico op euglykemische <br />


ketoacidose resp. lactaatacidose).
- **Gliclazide en insuline** zijn hier ongewenst als eerste keus: hypoglykemie-risico en geen <br />


cardiovasculaire winst, terwijl de patiënt juist een zeer hoog risico heeft.

## Keuze

### Niet-medicamenteus

- Continueer leefstijladviezen; verwijs zo nodig naar de diëtist en bespreek dat intermitterend <br />


vasten het beleid niet vervangt.
- Optimaliseer overige cardiovasculaire risicofactoren conform [CVRM](/aandoeningen/cvrm/cvrm).

### Medicamenteus

- Start een `SGLT2`-remmer: dapagliflozine `1 dd` `10 mg`.
- Voeg bij onvoldoende effect na enkele weken metformine toe (stap 2 van het intensieve stappenplan).

```recipe
R/ Dapagliflozine tablet 10 mg
S/ 1 dd 1
Da/ 30 stuks
```

- Patiënt-instructie: inname `1 dd` op een vast tijdstip, met of zonder voedsel; let op tekenen van <br />


genitale infectie; **staak tijdelijk** bij koorts, braken, diarree of uitdroging en neem dan <br />


contact op.

### Controle

- Controle na *2-4 weken*: verdraagzaamheid, glucosewaarden, tekenen van genitale infectie of <br />


dehydratie; verhoog of intensiveer op geleide van nuchtere glucose en `HbA1c`.
- Bepaal `HbA1c` opnieuw na *3 maanden*; ga naar stap 2 (metformine toevoegen) als de streefwaarde <br />


(`< 53 mmol/mol`) niet gehaald wordt.
- Zet de jaarlijkse controles voort: `eGFR`, kalium, albumine-creatinineratio, fundus, voeten en <br />


cardiovasculaire klachten.

## Vragen bij casus 2

<case-quiz>
<case-question>
<template v-slot:question="">

Welke patiënten vallen onder zeer hoog risicopatiënten?

</template>

<template v-slot:answer="">

Zeer hoog cardiovasculair risico bij DM2 bestaat als er **≥ 1** van de volgende is:

- **doorgemaakte hart- of vaatziekte**: acuut coronair syndroom, angina pectoris, coronaire <br />


revascularisatie, `TIA`/beroerte, perifeer vaatlijden, aneurysma aortae of aangetoonde <br />


atherosclerose.
- **chronische nierschade** met matig tot sterk verhoogd cardiovasculair risico.
- **hartfalen**, ongeacht de ejectiefractie.

Bij deze groep start je met een `SGLT2`-remmer in plaats van metformine, mits aan de <br />


randvoorwaarden is voldaan: niet-kwetsbaar, levensverwachting `> 5 jaar` en <br />

`eGFR ≥ 15 ml/min/1,73 m²`. Uitzondering: bij hartfalen is een `SGLT2`-remmer óók geïndiceerd bij <br />


een levensverwachting `< 5 jaar`. Mw. Awadh heeft angina pectoris en valt dus in deze groep.

</template>

<template v-slot:sources="">

- [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: stappenplan bij zeer hoog risico](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2)

</template>
</case-question>

<case-question>
<template v-slot:question="">

In welke gevallen kan je beter geen `SGLT-2`-remmer geven?

</template>

<template v-slot:answer="">

Wees terughoudend of kies een ander middel bij:

- **eGFR < 15 ml/min/1,73 m²**: niet starten (start-`eGFR` is `≥ 15`); kies dan een <br />

`GLP1`-agonist. Bij dalen onder `45 ml/min` neemt het glucoseverlagend effect af en is aanvullende <br />


behandeling nodig.
- **(verhoogd risico op) euglykemische ketoacidose**: o.a. sterk koolhydraatbeperkt dieet, <br />


(intermitterend) vasten, ernstige ziekte of recente operatie. Relevant voor deze casus: ontraad <br />


de combinatie van een `SGLT2`-remmer met streng vasten zonder begeleiding.
- **recidiverende genitale of urineweginfecties**: frequente vulvovaginitis, balanitis, ernstige <br />


candida-infectie; zeldzaam Fournier-gangreen.
- **voetulcus of (risico op) amputatie**: staken bij een niet-genezende voetwond; terughoudend bij <br />


bekend voetulcus.
- **ondervoeding/slechte voedingstoestand** en **volumedepletie/dehydratie**: tijdelijk staken bij <br />


koorts, braken, diarree of dreigende uitdroging.

</template>

<template v-slot:sources="">

- [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: middelen en aandachtspunten](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2)
- [Farmacotherapeutisch Kompas: dapagliflozine](https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/d/dapagliflozine)

</template>
</case-question>

<case-question>
<template v-slot:question="">

Kunnen `SGLT-2`-remmers hypoglykemieën geven? En hoe verhoudt zich dit tot andere bloedglucoseverlagende middelen zoals metformine, gliclazide en insuline?

</template>

<template v-slot:answer="">

Als **monotherapie** geven `SGLT2`-remmers vrijwel geen hypoglykemie: hun werking is <br />


glucose-afhankelijk (ze remmen de renale glucosereabsorptie pas bij verhoogde plasmaglucose). <br />


Het hypo-risico ontstaat pas in **combinatie** met een sulfonylureumderivaat of insuline; dan kan <br />


een dosisverlaging van dat middel nodig zijn.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Middel
    </th>
    
    <th>
      Hypoglykemie-risico (monotherapie)
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <code>
        SGLT2
      </code>
      
      -remmer
    </td>
    
    <td>
      nauwelijks
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Metformine
    </td>
    
    <td>
      nauwelijks
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Gliclazide (SU)
    </td>
    
    <td>
      <strong>
        aanzienlijk
      </strong>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Insuline
    </td>
    
    <td>
      <strong>
        aanzienlijk
      </strong>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

- **Metformine**: werkt insuline-sensibiliserend en remt de hepatische glucoseproductie, niet <br />


insuline-stimulerend; daarom nauwelijks hypo's.
- **Gliclazide**: stimuleert de β-cel tot insulinesecretie onafhankelijk van de glucosespiegel → <br />


duidelijk hypoglykemie-risico, m.n. bij overslaan van maaltijden of nierfunctieverlies.
- **Insuline**: verlaagt glucose direct en dosisafhankelijk → grootste hypo-risico, zeker bij <br />


onregelmatig eten.

</template>

<template v-slot:sources="">

- [Farmacotherapeutisch Kompas: dapagliflozine](https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/d/dapagliflozine)
- [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: middelen en aandachtspunten](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2)

</template>
</case-question>

<case-question>
<template v-slot:question="">

Hoe werken `SGLT-2`-remmers? Wat zijn de voor- en nadelen? Welke bijwerkingen zijn er?

</template>

<template v-slot:answer="">

**Werking**: `SGLT2`-remmers (dapagliflozine, empagliflozine) blokkeren de natrium-glucose- <br />


cotransporter 2 in de proximale niertubulus. Hierdoor wordt minder glucose teruggeresorbeerd en <br />


scheidt de patiënt glucose uit via de urine (glucosurie). Het effect is glucose-afhankelijk en <br />


insuline-onafhankelijk.

**Voordelen**:

- bewezen reductie van cardiovasculaire en renale uitkomsten, ook los van de glucoseverlaging → <br />


eerste keus bij zeer hoog risico (HVZ, hartfalen, chronische nierschade).
- nauwelijks hypoglykemie als monotherapie.
- geeft licht gewichtsverlies en bloeddrukdaling (via osmotische diurese/natriurese).

**Nadelen/bijwerkingen**:

- genitale schimmelinfecties (vulvovaginitis, balanitis) en urineweginfecties (frequent).
- (euglykemische) ketoacidose: zeldzaam maar ernstig; risico bij vasten, koolhydraatbeperking, <br />


ziekte of operatie → bij verdenking direct staken.
- volumedepletie/hypotensie door diurese; terughoudend bij dehydratierisico.
- verhoogd risico op voet-/teenamputatie bij langdurig gebruik; staken bij niet-genezende <br />


voetwond.
- zeldzaam: Fournier-gangreen (necrotiserende fasciitis van het perineum).
- effect neemt af bij dalende nierfunctie; aanvullende behandeling nodig onder `eGFR 45 ml/min`.

</template>

<template v-slot:sources="">

- [Farmacotherapeutisch Kompas: dapagliflozine](https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/d/dapagliflozine)
- [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: middelen en aandachtspunten](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2)

</template>
</case-question>

<case-question>
<template v-slot:question="">

Hoe werken de `DPP-4`-remmers en `GLP-1`-agonisten?

</template>

<template v-slot:answer="">

Beide grijpen aan op het **incretine-systeem**. Incretines (`GLP-1`, `GIP`) komen na een maaltijd <br />


vrij uit de darm en stimuleren glucose-afhankelijk de insulinesecretie en remmen de <br />


glucagonsecretie.

- **GLP-1****-agonisten** (semaglutide, dulaglutide, liraglutide; subcutaan) bootsen `GLP-1` na: <br />


glucose-afhankelijke ↑ insuline, ↓ glucagon, vertraagde maagontlediging en verminderde eetlust <br />


→ óók gewichtsverlies. Sterke `HbA1c`-daling (`11-20 mmol/mol`) en cardiovasculaire winst bij <br />


hoog risico.
- **DPP-4****-remmers** (sitagliptine, linagliptine; oraal) remmen het enzym dipeptidylpeptidase-4 <br />


dat endogeen `GLP-1`/`GIP` afbreekt → hogere endogene incretinespiegels. Effect milder <br />


(`HbA1c`-daling `7-9 mmol/mol`), gewichtsneutraal, nauwelijks hypo's.

Omdat beide op dezelfde as aangrijpen, is de combinatie `GLP-1`-agonist + `DPP-4`-remmer **niet**<br />


effectief en wordt ontraden.

</template>

<template v-slot:sources="">

- [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: middelen en aandachtspunten](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2)
- [Farmacotherapeutisch Kompas: sitagliptine](https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/s/sitagliptine)

</template>
</case-question>

<case-question>
<template v-slot:question="">

Wat zijn overwegingen om te kiezen voor `DPP-4`-remmers?

</template>

<template v-slot:answer="">

Een `DPP-4`-remmer is een optie in stap 3 van het stappenplan **zonder** zeer hoog risico, bij een <br />

`HbA1c 1-9 mmol/mol` boven de streefwaarde. Overwegingen om er juist voor te kiezen:

- **laag hypoglykemie-risico** en **gewichtsneutraal**: gunstig waar hypo's gevaarlijk zijn <br />


(kwetsbare ouderen, beroep met hypo-risico) of waar gewichtstoename ongewenst is.
- **oraal en goed verdragen**: aantrekkelijk als injecties (`GLP-1`, insuline) niet gewenst of <br />


haalbaar zijn.
- **bruikbaar bij verminderde nierfunctie**: met dosisaanpassing; linagliptine vereist geen <br />


dosisaanpassing en is dan praktisch.

Beperkingen: bescheiden `HbA1c`-daling (`7-9 mmol/mol`), géén bewezen cardiovasculaire winst, en <br />


saxagliptine geeft risico op ernstig hartfalen. Bij **zeer hoog risico** (zoals deze patiënt) is <br />


een `DPP-4`-remmer dus geen eerste keus; daar horen een `SGLT2`-remmer en `GLP-1`-agonist.

</template>

<template v-slot:sources="">

- [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: stappenplan en middelen](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/diabetes-mellitus-type-2)
- [Farmacotherapeutisch Kompas: linagliptine](https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/l/linagliptine)

</template>
</case-question>
</case-quiz>
