# STOP-NL en START-NL criteria

> Domeingerichte STOP-NL V2 (versie 2026) als hoofdtekst en START-NL 2020 als historische bijlage: criteria voor mogelijk ongeschikte medicatie en onderbehandeling bij kwetsbare ouderen (≥ 70 jaar), met interactieve zoekfunctie en afbouwadvies per geneesmiddelgroep.

<warning>

**Geen verbodscriteria.** Beide instrumenten signaleren situaties waarin de
voordelen mogelijk niet langer opwegen tegen de risico's. Weeg per patiënt voor-
en nadelen af; overleg bij specialistische medicatie met de voorschrijver vóór
je wijzigt. Toepasbaar bij kwetsbare ouderen `≥ 70 jaar`.

</warning>

<note>

**Status van de bronnen.** [STOP-NL V2](https://www.nhg.org/wp-content/uploads/2026/05/260018-STOP-NL-V2-instrumentPDF_v5-1.pdf) (vastgesteld 8 december
2025, versie 2026) vervangt de [STOP-START-NL 2020](https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/polyfarmacie_bij_ouderen/medicatiebeoordeling_bij_polyfarmacie.html). In V2
zijn de **START-criteria officieel vervallen**: ze sluiten al aan bij Nederlandse
beroepsrichtlijnen. De START-NL 2020 staat hieronder als bijlage; gebruik 'm als
geheugensteun voor onderbehandeling, niet als levende richtlijn.

</note>

## Kernpunten

- **STOP-NL V2** is **domeingericht** (vallen, cognitie, mictie/defecatie,
cardiovasculaire belasting, bloeding, levensverwachting), niet meer per
geneesmiddelgroep zoals 2020.
- Toepasbaar bij **kwetsbare ouderen** `≥ 70 jaar`; weeg comorbiditeit en
levensverwachting mee.
- De afbouwadviezen per groep komen uit de NHG-Kennisdocumenten
[Minderen en stoppen van medicatie](https://richtlijnen.nhg.org/multidisciplinaire-richtlijnen/polyfarmacie-bij-ouderen); zie de
[toelichting per geneesmiddelgroep](#toelichting-per-geneesmiddelgroep) of de
snelzoeker hieronder voor het volledige afbouwschema en de aandachtspunten per
criterium.
- Toepasbaar tijdens een **medicatiebeoordeling** met de apotheker; ook bruikbaar
bij een nieuwe klacht (val, verwardheid, obstipatie) als triggerlijst om eerst
aan bijwerking of interactie te denken vóór je een middel toevoegt.
- Therapeutisch doel:

  - geneesmiddelgerelateerde schade verminderen (bijwerkingen, vallen,
  delier, bloedingen) met behoud van functioneren en kwaliteit van leven.
  - **overbehandeling** opheffen door middelen zonder actuele indicatie te
  stoppen of te verlagen.
  - **onderbehandeling** opheffen door ontbrekende, geïndiceerde middelen te
  starten (klassieke START-rol; in V2 grotendeels overgegaan naar reguliere
  NHG-Standaarden en CVRM).

## Snel zoeken

Typ een middel (`NSAID`, `tamsulosine`), een klacht (`vallen`, `bloeding`) of een
criteriumnummer (`B6`). Klik **Toelichting** voor het afbouwschema en de
aandachtspunten uit het bijbehorende Kennisdocument.

<stop-start-criteria>



</stop-start-criteria>

## STOP-NL V2 (versie 2026)

Bron: [STOP-NL V2 instrument](https://www.nhg.org/wp-content/uploads/2026/05/260018-STOP-NL-V2-instrumentPDF_v5-1.pdf) (NHG, KNMP, SIR, Ephor; dec 2025).
De kolom *Afbouw* vat het NHG-Kennisdocument samen; de
[toelichting per geneesmiddelgroep](#toelichting-per-geneesmiddelgroep) en de
snelzoeker hierboven geven het volledige schema en de aandachtspunten.

### A. Stoppen algemeen

Overweeg het stoppen van:

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddel
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      A1
    </td>
    
    <td>
      Elk geneesmiddel zonder een op bewijs gebaseerde klinische indicatie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      A2
    </td>
    
    <td>
      Elk geneesmiddel dat niet past bij het behandeldoel van de patiënt
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      A3
    </td>
    
    <td>
      Elk geneesmiddel langer dan de aanbevolen duur voor de indicatie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      A4
    </td>
    
    <td>
      Dubbelmedicatie (verschillende middelen uit dezelfde groep zonder meerwaarde)
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### B. Vallen

Genoemde groepen verhogen het valrisico via (orthostatische) hypotensie,
balansverslechtering of sedatie.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddelgroep
    </th>
    
    <th>
      Wanneer / waarom
    </th>
    
    <th>
      Afbouw
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      B1
    </td>
    
    <td>
      Benzodiazepinen (incl. zolpidem, zopiclon)
    </td>
    
    <td>
      Valrisico door sedatie en balansverslechtering
    </td>
    
    <td>
      Bij gebruik <code>
        > 1 maand
      </code>
      
       niet abrupt: <code>
        -25%/week
      </code>
      
      , laatste weken <code>
        12,5%
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B2
    </td>
    
    <td>
      Antipsychotica
    </td>
    
    <td>
      Valrisico door orthostatische hypotensie en sedatie
    </td>
    
    <td>
      In stappen: <code>
        -25%
      </code>
      
       per <code>
        1-2 weken
      </code>
      
      ; depot mag direct stoppen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B3
    </td>
    
    <td>
      Opioïden
    </td>
    
    <td>
      Valrisico door sedatie en duizeligheid
    </td>
    
    <td>
      Bij gebruik <code>
        ≥ 4 weken
      </code>
      
       nooit abrupt: <code>
        -10-25%/week
      </code>
      
      , eerst kortwerkend
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B4
    </td>
    
    <td>
      Antidepressiva
    </td>
    
    <td>
      Valrisico via orthostase, sedatie en hyponatriëmie
    </td>
    
    <td>
      Nooit abrupt, in <code>
        ≥ 2-4 weken
      </code>
      
      ; fluoxetine mag in 1 keer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B5
    </td>
    
    <td>
      Anti-epileptica
    </td>
    
    <td>
      Valrisico door sedatie en balansstoornissen
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs; bij epilepsie <code>
        ≥ 2-3 maanden
      </code>
      
      , i.o.m. neuroloog
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B6
    </td>
    
    <td>
      Diuretica
    </td>
    
    <td>
      Bij (orthostatische) hypotensie, duizeligheid, elektrolytstoornissen of urge-incontinentie
    </td>
    
    <td>
      Bij dehydratie + nierfunctieverlies acuut staken (mits geen hartfalen)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B7
    </td>
    
    <td>
      Alfablokkers
    </td>
    
    <td>
      Valrisico via orthostatische hypotensie
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer; bij combinatie eerst de alfablokker stoppen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B8
    </td>
    
    <td>
      Centraal werkende antihypertensiva
    </td>
    
    <td>
      Clonidine, guanfacine, methyldopa, moxonidine; bij (orthostatische) hypotensie of duizeligheid
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs, let op reboundhypertensie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B9
    </td>
    
    <td>
      Antihistaminica (1e gen + hoog 2e gen)
    </td>
    
    <td>
      Bij verwardheid, slaperigheid, duizeligheid, wazig zien. 1e gen: clemastine, promethazine
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; geen apart afbouwschema
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B10
    </td>
    
    <td>
      Vasodilatatoren voor cardiale aandoeningen
    </td>
    
    <td>
      Alfablokkers, nitraten; bij (orthostatische) hypotensie of duizeligheid
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; geen apart afbouwschema
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      B11
    </td>
    
    <td>
      Urologische spasmolytica
    </td>
    
    <td>
      Anticholinerge belasting; valrisico via sufheid en verwardheid
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer (geen afbouwprocedure)
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### C. Verminderde cognitieve functies

Overweeg stoppen bij cognitieve achteruitgang, sufheid/sedatie of delier.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddelgroep
    </th>
    
    <th>
      Wanneer / waarom
    </th>
    
    <th>
      Afbouw
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      C1
    </td>
    
    <td>
      Antidepressiva
    </td>
    
    <td>
      Vooral TCA's en paroxetine (anticholinerg)
    </td>
    
    <td>
      Nooit abrupt, <code>
        ≥ 2-4 weken
      </code>
      
      ; nortriptyline = minst anticholinerg
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C2
    </td>
    
    <td>
      Urologische spasmolytica
    </td>
    
    <td>
      Anticholinerge belasting verergert cognitie en delier
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer; bij blijvende hinder mirabegron overwegen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C3
    </td>
    
    <td>
      Antihistaminica (1e gen + hoog 2e gen)
    </td>
    
    <td>
      Anticholinerge belasting. 1e gen: clemastine, promethazine; 2e: (des)loratadine, (levo)cetirizine
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; geen apart afbouwschema
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C4
    </td>
    
    <td>
      Antipsychotica
    </td>
    
    <td>
      Verslechtering van cognitie en delier
    </td>
    
    <td>
      In stappen <code>
        -25%
      </code>
      
       per <code>
        1-2 weken
      </code>
      
      ; bij psychiater overleggen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C5
    </td>
    
    <td>
      Anticholinerge belasting (<code>
        ACB-score ≥ 2
      </code>
      
      )
    </td>
    
    <td>
      Combinatie middelen met anticholinerge eigenschappen; bereken via de <a href="https://www.acbcalc.com/" rel="nofollow" title="ACB-calculator (anticholinerge belasting)">
        ACB-calculator
      </a>
    </td>
    
    <td>
      Stop/verlaag het zwaarst belastende middel eerst
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C6
    </td>
    
    <td>
      Benzodiazepinen (incl. zolpidem, zopiclon)
    </td>
    
    <td>
      Sedatie, verwardheid, delier
    </td>
    
    <td>
      Bij gebruik <code>
        > 1 maand
      </code>
      
       niet abrupt: <code>
        -25%/week
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C7
    </td>
    
    <td>
      Antiparkinson-/parkinsonisme-middelen (Lewy body)
    </td>
    
    <td>
      Anticholinerge tremor-middelen (biperideen, trihexyfenidyl), amantadine, dopamine-agonisten, MAO-B- en COMT-remmers
    </td>
    
    <td>
      I.o.m. neuroloog; stapsgewijs
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C8
    </td>
    
    <td>
      Opioïden
    </td>
    
    <td>
      Verergering cognitie door sedatie
    </td>
    
    <td>
      Bij gebruik <code>
        ≥ 4 weken
      </code>
      
       nooit abrupt: <code>
        -10-25%/week
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C9
    </td>
    
    <td>
      Anti-epileptica
    </td>
    
    <td>
      Verergering cognitie
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs; bij epilepsie <code>
        ≥ 2-3 maanden
      </code>
      
      , i.o.m. neuroloog
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      C10
    </td>
    
    <td>
      Spierrelaxantia
    </td>
    
    <td>
      Baclofen, dantroleen, tizanidine; verergering cognitieve stoornissen
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs (onttrekking mogelijk)
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### D. Mictie- en defecatieproblemen

Genoemde middelen kunnen urineretentie, incontinentie of obstipatie veroorzaken.
Overweeg een alternatief of staken bij mictie- of defecatieproblemen.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddel(groep)
    </th>
    
    <th>
      Wanneer / waarom
    </th>
    
    <th>
      Afbouw
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      D1
    </td>
    
    <td>
      Lisdiuretica
    </td>
    
    <td>
      Bij obstructieve mictieklachten of urge-incontinentie
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; bij dehydratie acuut staken (mits geen hartfalen)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      D2
    </td>
    
    <td>
      Inhalatieparasympathicolytica (aclidinium, glycopyrronium, ipratropium, tiotropium, umeclidinium)
    </td>
    
    <td>
      Bij obstructieve mictieklachten, urineretentie of obstipatie
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; overweeg alternatieve luchtwegverwijder
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      D3
    </td>
    
    <td>
      Anticholinergica (zie ook C1 t/m C5)
    </td>
    
    <td>
      Bij urineretentie, prostatisme of obstipatie
    </td>
    
    <td>
      Zie het betreffende criterium hierboven
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      D4
    </td>
    
    <td>
      Cholinesteraseremmers (donepezil, galantamine, rivastigmine)
    </td>
    
    <td>
      Bij incontinentie
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs; herstart bij verslechtering cognitie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      D5
    </td>
    
    <td>
      Opioïden
    </td>
    
    <td>
      Bij obstipatie of urineretentie
    </td>
    
    <td>
      Bij gebruik <code>
        ≥ 4 weken
      </code>
      
       nooit abrupt: <code>
        -10-25%/week
      </code>
      
      ; geef laxans
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      D6
    </td>
    
    <td>
      Verapamil
    </td>
    
    <td>
      Bij obstipatie
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs als antihypertensivum; anders op indicatie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      D7
    </td>
    
    <td>
      IJzerpreparaten
    </td>
    
    <td>
      Bij obstipatie
    </td>
    
    <td>
      Lagere dosering of intraveneuze toedieningsvorm overwegen
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### E. Cardiovasculaire belasting

Hogere kans op cardiovasculaire bijwerkingen, ritme- of elektrolytstoornissen.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddel(groep)
    </th>
    
    <th>
      Wanneer / waarom
    </th>
    
    <th>
      Afbouw
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      E1
    </td>
    
    <td>
      NSAID's
    </td>
    
    <td>
      Bij hartfalen, <code>
        eGFR < 60 ml/min
      </code>
      
      , ernstige hypertensie, combinatie met ACE-remmer/ARB, of voorgeschiedenis vaatlijden
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie staken
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E2
    </td>
    
    <td>
      Digoxine
    </td>
    
    <td>
      Bij hartfalen zonder atriumfibrilleren. Bij AF eventueel lagere dosering
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; controleer spiegel/nierfunctie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E3
    </td>
    
    <td>
      Amiodaron
    </td>
    
    <td>
      Hoger bijwerkingsrisico dan andere antiaritmica
    </td>
    
    <td>
      Lange halfwaardetijd; effect houdt weken aan
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E4
    </td>
    
    <td>
      Klasse I- en IV-antiaritmica (flecainide, kinidine, propafenon; diltiazem, verapamil)
    </td>
    
    <td>
      Bij hartfalen of combinatie met bètablokker (klasse IV)
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; overleg cardioloog
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E5
    </td>
    
    <td>
      Fosfodiësterase-5-remmers (avanafil, sildenafil, tadalafil, vardenafil)
    </td>
    
    <td>
      Bij ernstig hartfalen met hypotensie of gelijktijdig nitraatgebruik
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E6
    </td>
    
    <td>
      QT-verlengende medicatie
    </td>
    
    <td>
      Zie de <a href="https://www.crediblemeds.org/" rel="nofollow" title="CredibleMeds, QT-verlengende geneesmiddelen (internationale referentie)">
        tabel QT-verlengende geneesmiddelen
      </a>
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; controleer ECG/elektrolyten
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E7
    </td>
    
    <td>
      Bètablokkers
    </td>
    
    <td>
      Bij bradycardie (<code>
        < 50/min
      </code>
      
      ) of AV-blok
    </td>
    
    <td>
      Altijd stapsgewijs (rebound-tachycardie/tremor)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E8
    </td>
    
    <td>
      Lisdiuretica
    </td>
    
    <td>
      Bij perifeer oedeem zonder hartfalen
    </td>
    
    <td>
      Op indicatie; let op herstel oedeem
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E9
    </td>
    
    <td>
      Cholinesteraseremmers (donepezil, galantamine, rivastigmine)
    </td>
    
    <td>
      Bij bradycardie (<code>
        < 60/min
      </code>
      
      ) of AV-blok
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      E10
    </td>
    
    <td>
      Tricyclische antidepressiva
    </td>
    
    <td>
      Bij hartfalen met prikkelgeleidingsstoornissen of ischemische hartziekten
    </td>
    
    <td>
      Nooit abrupt: <code>
        25 mg
      </code>
      
       per <code>
        2 weken
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### F. Bloedingsrisico

Verhoogd risico op (maag)bloedingen.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddel
    </th>
    
    <th>
      Wanneer / waarom
    </th>
    
    <th>
      Afbouw
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      F1
    </td>
    
    <td>
      NSAID's of acetylsalicylzuur
    </td>
    
    <td>
      Extra voorzichtig met SSRI's, trombocytenaggregatieremmers, anticoagulantia, corticosteroïden of aldosteronantagonisten; overweeg maagbescherming
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer; weeg cardiovasculaire indicatie van ASA mee
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      F2
    </td>
    
    <td>
      (Dubbele) antitrombotica zonder indicatie
    </td>
    
    <td>
      Combinatie trombocytenaggregatieremmers/anticoagulantia zonder geldige indicatie
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer; let op verhoogd trombo-embolisch risico na staken
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### G. Geringe resterende levensverwachting (`< 1 jaar`)

Overweeg te stoppen met preventieve medicatie zonder direct symptomatisch
voordeel. Kwaliteit van leven staat voorop; staken mag niet leiden tot
discomfort. Raadpleeg ook de [Pallialine-richtlijnen](https://palliaweb.nl/richtlijnen-palliatieve-zorg/richtlijn).

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Geneesmiddelgroep
    </th>
    
    <th>
      Wanneer / waarom
    </th>
    
    <th>
      Afbouw
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      G1
    </td>
    
    <td>
      Lipidenverlagende middelen
    </td>
    
    <td>
      Geen direct symptomatisch voordeel
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G2
    </td>
    
    <td>
      Antihypertensiva
    </td>
    
    <td>
      Geen direct symptomatisch voordeel
    </td>
    
    <td>
      Max 1 middel tegelijk; bètablokker stapsgewijs
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G3
    </td>
    
    <td>
      Nitraten
    </td>
    
    <td>
      Bij geen angineuze symptomen in de afgelopen <code>
        12 maanden
      </code>
      
       of geen coronair lijden
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs bij langdurig gebruik
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G4
    </td>
    
    <td>
      Anticoagulantia (VKA's en DOAC's)
    </td>
    
    <td>
      Heroverweeg de preventieve indicatie
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer; niet bij hoog trombo-embolisch risico
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G5
    </td>
    
    <td>
      Trombocytenaggregatieremmers
    </td>
    
    <td>
      Heroverweeg de preventieve indicatie
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer; CV-risico stijgt eerste <code>
        30 dagen
      </code>
      
       na staken (na PCI)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G6
    </td>
    
    <td>
      Protonpompremmers en H2-antagonisten
    </td>
    
    <td>
      Wees alert op rebound (zuurklachten, eerste <code>
        2-4 weken
      </code>
      
      )
    </td>
    
    <td>
      Halveer wekelijks tot <code>
        1 dd
      </code>
      
       halve dosis, stop daarna
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G7
    </td>
    
    <td>
      Vitamines en mineralen
    </td>
    
    <td>
      Foliumzuur wél continueren bij methotrexaatgebruik
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G8
    </td>
    
    <td>
      Medicatie bij osteoporose en fractuurpreventie
    </td>
    
    <td>
      Bisfosfonaten, calcium/vitamine D
    </td>
    
    <td>
      Oraal bisfosfonaat mag in 1 keer (resteffect); denosumab niet zonder nabehandeling
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G9
    </td>
    
    <td>
      Systemische corticosteroïden
    </td>
    
    <td>
      Bij chronisch gebruik (<code>
        > 2 maanden
      </code>
      
      ), tenzij palliatief voorgeschreven
    </td>
    
    <td>
      Stapsgewijs (bijnierschorsinsufficiëntie)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G10
    </td>
    
    <td>
      5-alfa-reductaseremmers en alfablokkers
    </td>
    
    <td>
      Bij verblijfskatheter
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G11
    </td>
    
    <td>
      Urologische spasmolytica
    </td>
    
    <td>
      Bij volledige incontinentie
    </td>
    
    <td>
      Mag in 1 keer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      G12
    </td>
    
    <td>
      Bloedglucoseverlagende middelen
    </td>
    
    <td>
      Heroverweeg de streefwaarden bij beperkte levensverwachting
    </td>
    
    <td>
      Oraal mag in 1 keer of afbouwen; behoud SGLT-2/GLP-1 bij hartfalen/nierschade
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Toelichting per geneesmiddelgroep

<note>

Verdieping bij de STOP-NL V2-domeintabellen hierboven: per geneesmiddelgroep het
*waarom*, het afbouwschema en de aandachtspunten uit de NHG-Kennisdocumenten
[Minderen en stoppen van medicatie](https://richtlijnen.nhg.org/multidisciplinaire-richtlijnen/polyfarmacie-bij-ouderen). Dezelfde inhoud zit achter
de knop **Toelichting** in de [snelzoeker](#snel-zoeken). Alleen groepen met een
eigen Kennisdocument staan hier; toepasbaar bij kwetsbare ouderen `≥ 70 jaar`,
weeg per patiënt voor- en nadelen af.

</note>

### Benzodiazepinen

Criteria: B1, C6. Bron: [Kennisdocument benzodiazepinen](https://richtlijnen.nhg.org/files/2024-06/Kennisdocument%20benzodiazepinen.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** verhoogd valrisico (≈ 50% hogere valneiging,
heupfractuur ~+30%) en cognitieve achteruitgang (anterograde amnesie,
verwardheid); tolerantie en beperkte langetermijneffectiviteit.
- **Afbouw:** bij gebruik `> 1 maand` niet abrupt: verlaag wekelijks met `25%`
van de uitgangsdosis, laatste 2 weken eventueel `12,5%/week`. Totale afbouw
hoeft niet langer dan 3 maanden. Kortdurend gebruik (`< 1 maand`) bij
slapeloosheid mag abrupt; bij angst af in 1 week.
- **Let op:** onttrekking (angst, prikkelbaarheid, slaapstoornis; ernstig:
tremor, delirium, convulsies). Rebound-slapeloosheid 1-2 nachten. Evalueer
elke 2-4 weken; bij hevige onttrekking afbouwstap een week uitstellen, dosis
niet verhogen. Niet stoppen bij epilepsie, spierspasmen, psychose of
palliatieve fase.

### Antipsychotica

Criteria: B2, C4. Bron: [Kennisdocument antipsychotica](https://richtlijnen.nhg.org/files/2024-06/Kennisdocument%20antipsychotica.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** beperkt/onbewezen effect op probleemgedrag bij
dementie; verhoogd risico op beroerte en mortaliteit, vallen, orthostase,
sedatie, extrapiramidale en anticholinerge bijwerkingen.
- **Afbouw:** in stappen: `25%` dosisverlaging elke `1-2 weken`, of `50%` elke
`2 weken`, tot de laagste doseereenheid. Bij onttrekking terug naar de vorige
stap en tempo halveren. Depotpreparaten mogen zonder afbouw gestopt.
- **Let op:** onttrekking (misselijkheid, duizeligheid, rusteloosheid, agitatie,
motorische stoornissen) bij 37-70% na abrupt staken. Rebound:
probleemgedrag/slapeloosheid komt heftiger terug. Niet stoppen bij ernstig
probleemgedrag of psychotische kenmerken bij dementie. Door psychiater
voorgeschreven: altijd overleggen.

### Opioïden

Criteria: B3, C8, D5. Bron: [Kennisdocument opioïden](https://richtlijnen.nhg.org/files/2024-06/Kennisdocument%20opioiden.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** bij chronische niet-kankerpijn nauwelijks
effectief; sufheid/duizeligheid (valrisico), cognitieve achteruitgang/delier,
obstipatie, hyperalgesie, verslaving. Fractuurrisico fors verhoogd (alle
fracturen +88%, heupfractuur +100%); dosis `≥ 90 mg morfine-equivalent`
verhoogt mortaliteit.
- **Afbouw:** nooit abrupt bij gebruik `≥ 4 weken`. Snel: `-20-25%/week`;
langzaam: `-10-15%/week`. Bij kwetsbare ouderen voorkeur langzaam (elke week
`-10-25%`). Bouw eerst het kortwerkende, dan het langwerkende opioïd af. Bij
hyperalgesie kan de dosis `-50%`.
- **Let op:** onttrekking (onrust, spierpijn, tranende ogen, loopneus,
misselijkheid, diarree, zweten): kortwerkend binnen uren (piek dag 4),
langwerkend start dag 2-4 (max ~10 dagen). Ouderen ernstiger beloop.
Symptoombehandeling: loperamide, clonidine, metoclopramide; vermijd
benzodiazepinen.

### Antidepressiva

Criteria: B4, C1, E10. Bron:
[Kennisdocument antidepressiva](https://richtlijnen.nhg.org/files/2024-06/Kennisdocument%20antidepressiva.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** beperkte effectiviteit bij ouderen `≥ 70 jaar`
(SSRI geen significant effect vs placebo bij milde/matige depressie);
TCA-anticholinerg, orthostase, hyponatriëmie, valrisico. Bij dementie elke
3 maanden evalueren.
- **Afbouw:** altijd in stappen, nooit abrupt: regulier `≥ 2-4 weken`; trager
hyperbool (stap `≥ 1 week`) bij risicofactoren voor onttrekking. TCA:
`25 mg` per `2 weken`. Fluoxetine `20 mg` mag in één keer (lange
halfwaardetijd). MAO-remmers alleen i.o.m. psychiater.
- **Let op:** onttrekking (FINISH-symptomen): binnen dagen, meestal mild, weg
binnen weken. Terugval/recidief ontstaat geleidelijker (`> 1 week` na afbouw).
Niet stoppen bij therapieresistente depressie, andere psychiatrische indicatie
of eerdere mislukte stoppoging. Nortriptyline = voorkeur-TCA;
sertraline/citalopram = voorkeur-SSRI.

### Anti-epileptica

Criteria: B5, C9. Bron: [Kennisdocument anti-epileptica](https://richtlijnen.nhg.org/files/2024-06/Kennisdocument%20anti%20epileptica.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** ouderen gevoeliger voor bijwerkingen: sufheid,
valrisico (OR 3-4,7 voor herhaald vallen), osteoporose/fracturen
(enzyminductie), hyponatriëmie, tremor, cognitieve achteruitgang. Verminderde
nier-/leverfunctie geeft hogere spiegels.
- **Afbouw:** altijd stapsgewijs, kleine stappen per week. Neuropathische pijn en
migraine: in `2-8 weken`. Epilepsie: minimaal `2-3 maanden` (i.o.m.
neuroloog); fenobarbital/barbituraten minimaal `6 maanden`. Geen abrupt staken.
- **Let op:** onttrekking vaak binnen 48 uur (slapeloosheid, hoofdpijn,
misselijkheid, griepachtig, nervositeit). Te snel stoppen kan aanvallen
uitlokken; bij aanval afbouw direct staken en terug naar de vorige effectieve
dosering. Niet stoppen bij epilepsie ontstaan op hogere leeftijd (recidiefkans
47-93%). Psychiatrische indicatie: voorschrijver betrekken.

### Bloeddrukverlagende middelen

Criteria: B6, B8, D1, E7, E8, G2. Bron:
[Kennisdocument bloeddrukverlagende middelen 2026](https://richtlijnen.nhg.org/files/2026-05/Kennisdocument%20Bloeddrukverlagende%20middelen%202026.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** `DBD < 70 mmHg` verhoogt cardiale events en
mortaliteit; orthostatische hypotensie bij 25-30% van de 70-plussers op
antihypertensiva (val/fractuur). Bij `SBD < 130 mmHg` met `≥ 2 middelen` geen
winst, wel hogere mortaliteit (HR 1,81).
- **Afbouw:** maximaal 1 middel per keer. Bètablokkers altijd stapsgewijs
(rebound-tachycardie/tremor); andere antihypertensiva mogen abrupt of
stapsgewijs (`-25-50%` per stap tot de startdosering). Bij (dreigende)
dehydratie + verminderde nierfunctie diuretica acuut staken (mits geen
hartfalen).
- **Let op:** monitor SBD (`< 180`) en DBD (`< 110`). Rebound:
reboundhypertensie (RAAS/alfablokkers), tachycardie/tremor (bètablokkers),
verergering hartfalen/oedeem (diuretica). Evalueer 2-4 weken na stop. Niet
stoppen bij andere indicatie dan hypertensie (angina, hartfalen, post-MI,
post-CVA, AF, albuminurie).

### Alfablokkers en 5-alfareductaseremmers

Criteria: B7, G10. Bron:
[Kennisdocument alfablokkers en 5-alfareductaseremmers](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Alfablokkers%20en%205-alfareductaseremmers_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** alfablokkers beperkt effectief (daling ~2,55
IPSS-punten; ≤ 3 = marginaal) en geven duizeligheid (RR 1,91), orthostase
(RR 3,09), vermoeidheid → valrisico. 5-ARI: gynaecomastie, libidoverlies,
erectiestoornis.
- **Afbouw:** geen afbouw nodig: beide kunnen in één keer (abrupt) gestopt. Bij
gecombineerd gebruik: stop eerst de alfablokker.
- **Let op:** geen farmacologische rebound. Na stoppen alfablokker kunnen
mictieklachten tijdelijk toenemen; bij zeer hinderlijke klachten herstarten
(urineretentie voorkomen). Niet stoppen bij prostaatbloeding (5-ARI
geïndiceerd) of bevestigde BPH met matig-ernstige klachten + prostaat
`> 40 cm³`. Evalueer na 2-4 weken (IPSS).

### Urologische spasmolytica

Criteria: B11, C2, G11. Bron:
[Kennisdocument urologische spasmolytica](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Urologische%20spasmolytica_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** muscarineantagonisten (Beers/STOPPFrail):
verwardheid, acute verergering dementie/cognitie, urineretentie. Bijwerkingen
vaker dan placebo (53,8% vs 41,7%); matig effectief bij urge-incontinentie,
zeker `> 75 jaar`.
- **Afbouw:** abrupt staken mag: kan in één keer gestopt, geen afbouwprocedure
nodig.
- **Let op:** geen onttrekking/rebound beschreven. Proefstop: leg
incontinentie/mictieklachten vooraf vast, evalueer na 2-4 weken; bij recidief
opnieuw 3-6 maanden behandelen. Bij blijvende hinder na stop
muscarineantagonist: mirabegron overwegen (geen anticholinerge belasting).

### Trombocytenaggregatieremmers

Criteria: F1, G5. Bron:
[Kennisdocument trombocytenaggregatieremmers](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Trombocytenaggregatieremmers_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** bloedingsrisico (vooral gastro-intestinaal) stijgt
met leeftijd, `> 75 jaar` 2-4% ernstige/fatale bloedingen per jaar. Bij
primaire preventie zonder hart-/vaatziekte netto negatief (NNH GI-bloeding 385)
en geen mortaliteitswinst.
- **Afbouw:** geen afbouw nodig: kan in één keer gestopt. Bij duale/triple
therapie gaat het om termijnen: stop P2Y12-remmer `12 maanden` na ACS/PCI; bij
triple therapie acetylsalicylzuur na `1 week` (max `1 maand` bij hoog
ischemisch risico).
- **Let op:** geen rebound, maar staken verhoogt het cardiovasculaire risico
(CVA/infarct/sterfte ×5 in de eerste `30 dagen` na staken;
stenttrombose-risico hoogst eerste `30 dagen` na PCI). Niet vroegtijdig staken
binnen de indicatieduur tenzij ernstige bloeding (overleg specialist).

### Anticoagulantia (VKA en DOAC)

Criteria: F2, G4. Bron: [Kennisdocument anticoagulantia](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Anticoagulantia_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** bloedingen zijn de meest voorkomende bijwerking:
jaarlijks 2-4%; intracraniële bloeding ~0,8%/jr (VKA) vs ~0,6%/jr (DOAC). Bij
gering geschatte levensverwachting (`< 3 maanden`) weegt het preventieve effect
niet op tegen het risico.
- **Afbouw:** geen afbouw nodig: kan in één keer gestopt. Bij tijdelijke
indicatie stoppen na de beoogde behandelduur (uitgelokte VTE `3 maanden`;
idiopathisch `≥ 3 maanden`).
- **Let op:** geen onttrekking/rebound, maar trombo-embolisch risico stijgt sterk
na stop. Niet stoppen bij (zeer) hoog trombo-embolisch risico of vrijwel alle
kwetsbare ouderen met atriumfibrilleren. Beïnvloed eerst aanpasbare
bloedingsrisicofactoren (hypertensie, comedicatie, alcohol, valrisico).
Herbeoordeel jaarlijks.

### Statines

Criterium: G1. Bron: [Kennisdocument statines](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Statines_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** het bewijs voor medicamenteuze CV-preventie neemt
af met de leeftijd; bij geringe levensverwachting geen extra events/sterfte op
korte termijn (60 dagen). 7-29% staakt wegens spierklachten.
- **Afbouw:** geen afbouwschema nodig: kan in één keer gestopt. Bij proefstop
wegens spierklachten na 4 weken evalueren; bij herstart eventueel lagere
dosering of frequentie (zelfs `1×/week`) opbouwen.
- **Let op:** geen rebound; abrupt staken is veilig. Groot nocebo-effect bij
spierklachten (4 weken statinevrij om causaliteit vast te stellen). Niet
stoppen bij zeer hoog 10-jaars CV-risico (`≥ 10%`), `< 1 jaar` na
myocardinfarct (stoppen geeft hogere mortaliteit) of bij onafhankelijk
functionerende ouderen.

### Protonpompremmers

Criterium: G6. Bron: [Kennisdocument protonpompremmers](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Protonpompremmers_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** vaak chronisch gebruik zonder (nog) geldende
indicatie. Langdurig gebruik: licht verhoogd risico op
B12-/magnesium-/ijzer-/calciumtekort, fracturen, maag-darminfecties (o.a.
C. difficile) en nierschade. Globaal kan ~30% stoppen en ~40% minderen.
- **Afbouw:** niet in één keer, maar in stappen: halveer de dosis elke week tot
`1 dd` een halve standaarddosis, stop dat na 1 week. Lukt afbouw niet, overweeg
na een jaar een nieuwe poging.
- **Let op:** rebound (zuurklachten) treedt vaker op dan bij H2-antagonisten,
vooral de eerste 2-4 weken. Bij klachten: 3 weken zo nodig antacidum; bij
hinderlijk recidief een maand H2-antagonist. Niet stoppen bij barrettoesofagus,
oesofagitis graad C/D, Zollinger-Ellison of indicatie voor maagbescherming.

### Bisfosfonaten

Criterium: G8. Bron: [Kennisdocument bisfosfonaten](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Bisfosfonaten_0.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** langetermijneffect (time-to-benefit 6-12 maanden);
na 5 jaar beperkte effectiviteit bij `T-score > -2,5` zonder nieuwe fracturen.
Langer gebruik verhoogt zeldzame ernstige bijwerkingen (kaaknecrose, atypische
femurfractuur); gastro-intestinale klachten frequent.
- **Afbouw:** oraal bisfosfonaat kan in één keer gestopt; afbouwen niet nodig
(resteffect houdt botdichtheid maanden tot jaren vast). Denosumab mag **niet**
zomaar stoppen: rebound(wervel)fracturen vanaf ~7 maanden na de laatste
injectie, altijd nabehandeling met bisfosfonaat.
- **Let op:** oraal bisfosfonaat: geen rebound, geen monitoring bij staken. Na
5 jaar gebruik: DXA/VFA-controle 2-3 jaar na staken. Niet stoppen bij blijvend
hoog fractuurrisico, `≥ 3 maanden` glucocorticoïden, Paget of
botmetastasen/hypercalciëmie.

### Calcium en vitamine D

Criterium: G7. Bron:
[Kennisdocument calcium en vitamine D](https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Calcium%20en%20vitamine%20D_01.pdf).

- **Waarom minderen/stoppen:** langetermijneffect (fractuurpreventie) heeft
minimale meerwaarde bij korte levensverwachting. Calciumsuppletie geeft
mogelijk dosisafhankelijk verhoogd risico op hart-/herseninfarct (niet
eenduidig). Bijwerkingen: obstipatie en maag-darmklachten (tot 10%).
- **Afbouw:** geen afbouw nodig: kan in één keer gestopt. Bij kwetsbare ouderen
met hoge dosering: verlaag calcium tot max `500 mg/dag`.
- **Let op:** geen rebound (lichaamsvoorraad). Uitzondering: bij sterk
antiresorptieve middelen (zoledronaat, denosumab) niet zomaar staken (risico
symptomatische hypocalciëmie). Niet stoppen bij osteoporose,
corticosteroïd-geïnduceerde osteoporose, vastgestelde deficiëntie of hoog
risico op vitamine-D-deficiëntie. Continueer dan vitamine D `800 IE/dag`.

### Bloedglucoseverlagende middelen

Criterium: G12. Bron:
[Kennisdocument bloedglucoseverlagende middelen](https://richtlijnen.nhg.org/download/1378/kennisdocument-bloedglucoseverlagende-middelen).

- **Waarom minderen/stoppen:** strikte glykemische instelling
(`HbA1c ≤ 48 mmol/mol` medicamenteus) is geassocieerd met verhoogde
mortaliteit; ouderen kwetsbaar voor hypoglykemie, vallen, ziekenhuisopname.
Bloedglucose `6-15 mmol/l` acceptabel mits klachtenvrij.
- **Afbouw:** orale middelen: afbouwen of in één keer stoppen. GLP-1: bij
voorkeur afbouwen. Insuline: vereenvoudigen/afbouwen/staken; `< 20 EH/gift`
terug naar oraal/GLP-1. Tempo eens per 2 weken tot per kwartaal, in overleg met
de patiënt.
- **Let op:** monitor de eerste 2 weken na elke wijziging op hyperglykemie
(dorst, polyurie, moeheid); HbA1c pas na 2-3 maanden. Prioriteer afbouw van
SU-derivaten (hypoglykemie) en insuline. Behoud SGLT-2/GLP-1 bij
hartfalen/atherosclerose/nierschade (cardiorenaal voordeel). Insuline bij DM1
**nooit** staken.

## START-NL 2020 (bijlage, officieel vervallen)

<caution>

**Status.** Officieel vervangen door STOP-NL V2 (dec 2025); de
START-criteria sluiten al aan bij vigerende Nederlandse richtlijnen (NHG,
CVRM). Deze tabel staat hier als geheugensteun voor **onderbehandeling**;
volg voor het feitelijke beleid de actuele standaard. Bron:
[STOP-START-NL 2020 PDF](https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/polyfarmacie_bij_ouderen/medicatiebeoordeling_bij_polyfarmacie.html).

</caution>

### Cardiovasculair

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      Cumarine of DOAC bij chronisch atriumfibrilleren (uitzondering: mannen 65-75 jaar zonder CV-comorbiditeit)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2
    </td>
    
    <td>
      Trombocytenaggregatieremmer (ASA, clopidogrel, prasugrel, ticagrelor) bij coronair, cerebraal of perifeer arterieel vaatlijden, en sinusritme, indien geen cumarine/DOAC
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      3
    </td>
    
    <td>
      Antihypertensivum bij meermalen <code>
        SBD > 150 mmHg
      </code>
      
       (randvoorwaarde <code>
        DBD > 70 mmHg
      </code>
      
      ); voorkeursmiddel per situatie (zie <a href="#start-3-voorkeursmiddel-per-situatie">
        tabel hieronder
      </a>
      
      )
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      4
    </td>
    
    <td>
      Statine bij CV-voorgeschiedenis én <code>
        LDL > 2,5 mmol/l
      </code>
      
       én voldoende resterende levensverwachting
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      5
    </td>
    
    <td>
      ACE-remmer (of ARB bij bijwerkingen) bij HFrEF en/of coronaire hartziekte
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      6
    </td>
    
    <td>
      Bètablokker na myocardinfarct of stabiele angina pectoris
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      7
    </td>
    
    <td>
      Cardioselectieve bètablokker (metoprolol, bisoprolol, nebivolol) bij HFrEF
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

#### START 3: voorkeursmiddel per situatie

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Situatie
    </th>
    
    <th>
      Medicatie
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Albuminurie (<code>
        albumine/creatinine > 3 mg/mmol
      </code>
      
      )
    </td>
    
    <td>
      ACE-remmer of ARB
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Eerder myocardinfarct/coronairlijden
    </td>
    
    <td>
      Bètablokker, ACE-remmer of ARB
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Angina pectoris
    </td>
    
    <td>
      Bètablokker, calciumantagonist
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Hartfalen
    </td>
    
    <td>
      ACE-remmer of ARB, bètablokker, thiazidediureticum, aldosteronantagonist
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Atriumfibrilleren
    </td>
    
    <td>
      Bètablokker, non-dihydropyridine-calciumantagonist, ACE-remmer of ARB, aldosteronantagonist
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Perifeer arterieel vaatlijden
    </td>
    
    <td>
      ACE-remmer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Diabetes mellitus
    </td>
    
    <td>
      ACE-remmer of ARB
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      West- of Zuid-Afrikaanse afkomst
    </td>
    
    <td>
      Diureticum of calciumantagonist
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Respiratoir

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      ICS proefbehandeling bij COPD met frequente exacerbaties (<code>
        ≥ 2/jaar
      </code>
      
      ) ondanks langwerkende luchtwegverwijder; evalueer na <em>
        1 jaar
      </em>
      
       en stop als exacerbaties niet afnemen
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Centraal zenuwstelsel en ogen

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      Antiparkinsonmiddel (levodopa/decarboxylaseremmer of dopamine-agonist) bij ziekte van Parkinson met functionele beperkingen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2
    </td>
    
    <td>
      Prostaglandine-analoog of bètablokker als oogdruppels bij primair openkamerhoekglaucoom
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      3
    </td>
    
    <td>
      SSRI bij persisterende ernstige angst die het dagelijks functioneren belemmert; bij contra-indicatie SNRI of pregabaline
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      4
    </td>
    
    <td>
      Dopamine-agonist (ropinirol, pramipexol, rotigotine) bij ernstig restless legs syndroom met onaccept. lijdensdruk; alleen na uitsluiten ijzertekort en ernstig nierfalen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      5
    </td>
    
    <td>
      SSRI ter behandeling van depressie bij patiënten met suïcidaliteit
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      6
    </td>
    
    <td>
      Bij antidepressivum-indicatie: kies SSRI met lage interactiekans ((es)citalopram of sertraline); bij TCA-keuze voorkeur voor nortriptyline (minst anticholinerg)
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Gastro-intestinaal

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      PPI bij ernstige gastro-oesofageale refluxziekte of peptische strictuur waarvoor dilatatie nodig is
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2a
    </td>
    
    <td>
      PPI bij NSAID-gebruikers
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2b
    </td>
    
    <td>
      PPI bij acetylsalicylzuur (TAR) én: 70-80 jaar oud én tegelijk cumarine, DOAC, P2Y12-remmer, heparine, systemisch corticosteroïd, spironolacton, SSRI, venlafaxine, duloxetine of trazodon; óf <code>
        > 80 jaar
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      3
    </td>
    
    <td>
      Vezelsupplement of macrogol bij chronische symptomatische diverticulose met obstipatie
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Bewegingsapparaat

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      Bisfosfonaat + vitamine D + calcium bij <code>
        > 3 maanden
      </code>
      
       onderhoudstherapie met <code>
        ≥ 7,5 mg prednison/dag
      </code>
      
       (of equivalent)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2
    </td>
    
    <td>
      Vitamine D en calcium (tenzij voldoende inname) bij osteoporose
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      3
    </td>
    
    <td>
      Bisfosfonaten, denosumab of teriparatide bij osteoporose (<code>
        T-score ≤ -2,5
      </code>
      
      )
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      4
    </td>
    
    <td>
      Xanthineoxidaseremmer (allopurinol) bij recidiverende jicht (<code>
        > 3/jaar
      </code>
      
      ) of jichttophi
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      5
    </td>
    
    <td>
      Foliumzuur bij methotrexaat-gebruikers
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Endocrien

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      ACE-remmer (of ARB) bij DM met nierschade (<code>
        micro-albuminurie > 30 mg/24 h
      </code>
      
      ; eventueel gecombineerd met <code>
        eGFR < 50 ml/min
      </code>
      
      ); pas dosering aan bij verminderde nierfunctie
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Urogenitaal

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      Alfa-1-blokker of 5-alfa-reductaseremmer bij symptomatisch prostatisme, indien prostatectomie onnodig of ongewenst
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2
    </td>
    
    <td>
      Vaginaal oestrogeen of oestrogeenpessarium bij symptomatische atrofische vaginitis; monitor elke <em>
        6 maanden
      </em>
      
       op staken
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Analgetica

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Nr.
    </th>
    
    <th>
      Criterium
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      1
    </td>
    
    <td>
      Sterkwerkend opioïd (geen methadon) alleen bij ernstige pijn, voor korte duur, indien paracetamol/NSAID/zwakker opioïd niet effectief of gecontra-indiceerd; streef naar paracetamol als basis
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      2
    </td>
    
    <td>
      Kortwerkend opioïd bij behandeling met langwerkend opioïd, voor doorbraakpijn
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      3
    </td>
    
    <td>
      Laxeermiddel (macrogol, lactulose, magnesiumhydroxide) bij opioïdgebruik
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Toepassing op de STAT

- Bij een **medicatiebeoordeling-casus** (zie [Polyfarmacie](/stat/standaardtherapieen/polyfarmacie)):
loop achtereenvolgens **STOP** (welke middelen kunnen eraf?) en daarna **START**
(welke ontbreken bij een passende indicatie?) langs.
- Noem expliciet je **redenering per criterium**: groep + risico-domein
(vallen, cognitie, bloeding, ...) + wat je in plaats daarvan doet of toevoegt.
- Bij twijfel: ga uit van **NHG-Standaarden + CVRM** als referentie; STOP-NL V2
beperkt zich tot signaleren, niet tot behandelvoorschriften.

<bronnen>

## Bronnen

- [STOP-NL V2 instrument (PDF, NHG, dec 2025)](https://www.nhg.org/wp-content/uploads/2026/05/260018-STOP-NL-V2-instrumentPDF_v5-1.pdf): domeingericht
voor kwetsbare ouderen `≥ 70 jaar`.
- [Themapagina STOP-NL V2 op NHG.org](https://www.nhg.org/thema/farmacotherapie/stop-nl-v2/): context en
autorisatiedatum.
- [STOP-START-NL 2020 PDF](https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/polyfarmacie_bij_ouderen/medicatiebeoordeling_bij_polyfarmacie.html): voorgaande versie, bevat de
START-criteria.
- [Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen](https://richtlijnen.nhg.org/multidisciplinaire-richtlijnen/polyfarmacie-bij-ouderen)
(richtlijnen.nhg.org): hoofdrichtlijn met alle Kennisdocumenten "Minderen en
stoppen van medicatie" (per geneesmiddelgroep, bron van de afbouwadviezen).
- Internationale referentie: O'Mahony D et al. *STOPP/START criteria for
potentially inappropriate prescribing in older people: version 3.* Eur Geriatr
Med 2023;14(4):625-632.
- Verwante FarmaKaj-pagina's: [Polyfarmacie (standaardtherapie)](/stat/standaardtherapieen/polyfarmacie);
[Polyfarmacie (NHG-samenvatting)](/aandoeningen/polyfarmacie).

</bronnen>
